woensdag 19 augustus 2015

SAIL... wie legt het mij uit?

Kan iemand mij uitleggen welk gen ik mis? Want met de beste wil van de wereld kan ik, op eigen kracht, niet begrijpen wat er zo leuk is aan bootjes. 

Tenzij je natuurlijk zelf in een bootje vaart, in alle rust, met een lekker zonnetje, stokbroodje, biertje en natuur om je heen. Maar niet als er nog drieduizend andere bootjes om je heen varen tegen de grijze achtergrond van een haven. 

Vijf jaar geleden trok SAIL 1,7 miljoen bezoekers. Dat is ongeveer een tiende van de gehele Nederlandse bevolking. En die cijfers 'vielen tegen'. Sommige bootjes worden in de media zelfs aangekondigd als rocksterren. Van deze feiten valt mijn mond wijd open. Als ik een kanaal zie dat volgepakt ligt met bootjes, is de eerste gedachte die in mij opkomt: 'Omfietsen; dit gaat heel lang duren bij de brug.' Voor mij is het alsof ik in een hele drukke spits naar de A4 zit te kijken, maar dan met bootjes: één grote volgepropte chaos.

Volgens sommige mensen is SAIL zo populair omdat het slechts één keer in de vijf jaar plaatsvindt. Maar als ik één keer in de vijf jaar een skelteroptocht organiseer, dan denk ik niet dat daar 1,7 miljoen bezoekers op afkomen. Dus de frequentie van het evenement kan niet de doorslaggevende reden van het succes zijn. Wat dan wel??

Ok, het NK waterfietsen. Dat is een element waar ik iets bij kan bedenken. Het is sportief, er zit een wedstrijdelement en dus enige vorm van spanning in. Daarnaast is het enigszins ludiek te noemen. Maar daarmee is het voor mij ook wel een beetje gezegd.

Dat maakt mij ook wel een klein beetje onzeker. Ik heb stiekem een beetje zo'n gevoel dat ik er niet meer bij hoor, ofzo. Omdat ik het niet snap. Het gevoel dat ik buiten de boot val, zeg maar. Zoals ik al zei: waarschijnlijk mis ik een soort 'bootjesgen'. Of is het aan te leren?

Voor iedereen die dit gen wel heeft: no offence, jullie zijn waarschijnlijk in de meerderheid. Het ligt niet aan jou, maar aan mij. Leg mij alsjeblieft uit welk gen ik mis. En natuurlijk heel veel plezier dit weekend!

zaterdag 15 augustus 2015

Ware liefde of minnares?

Laatst had ik een kleine discussie over ware liefde. Ik twijfel aan het bestaan daarvan. Volgens mij is liefde voor een groot deel een bewuste keuze en heeft het weinig met romantiek te maken. Dit leverde mij in deze discussie het predicaat 'onromantische heks' op. Auw!

Tuurlijk, verliefd worden, overkomt je. Dat weet ik maar al te goed. Maar of je daar ook iets mee doet, of je de relatie een kans geeft en of je vervolgens een leven met diegene opbouwt, dat zijn bewuste keuzes. En ik denk dat die keuzes lang niet altijd overeenkomen met verliefdheid. Stellen (ook jonge stellen zonder kinderen en financiële afhankelijkheid) blijven bij elkaar terwijl er eigenlijk weinig liefde meer is; meer een broer-zus-relatie. Waarom? Het tegenovergestelde gebeurt ook. Mensen worden verliefd, maar kiezen ervoor om géén relatie met elkaar aan te gaan. Dat vind ik verwarrend. Iedereen zegt altijd heel wijs en diepzinnig dat we ons hart moeten volgen. Maar waarom doen zo weinig mensen dat dan? En als verliefdheid niet per se leidend is, om welke reden gaan mensen dan wel relaties aan?

Een wijze vriendin vroeg mij laatst: wat is een relatie? Het duurde even voordat ik op een antwoord kwam. Voor mij is een relatie elkaar vrij laten, maar iemand hebben om bij thuis te komen. Daarmee bedoel ik overigens niet per se samenwonen. Wel (af en toe) samen in slaap vallen en wakker worden, mijn voeten bij hem opwarmen als ze koud zijn, tegen elkaar schreeuwen tijdens videogames, mijn onbelangrijke dagelijkse gedachten delen (maakt niet eens uit of hij echt luistert), tegen hem aan kruipen op de bank terwijl hij door mijn haar kriebelt, frisbeeën, lachen om stomme dingen, uit eten of juist lekker voor hem koken. En niet te vergeten, seks is ook belangrijk, zo niet essentieel. Maar die kleine dingetjes zijn veel moeilijker te vervangen en dus waardevoller. Dat is voor mij een relatie. Volgens die vriendin geldt dat globaal voor iedereen. Ik twijfel daar nog steeds aan. Ok, voor vrouwen klopt dat waarschijnlijk wel. Maar voor mannen ook? Eerst zien, dan geloven.

Deze week las ik in een artikeltje op internet (al dan niet betrouwbaar) dat vreemdgaande mannen dat het liefst doen met een vrijgezelle, blonde vrouw, van 26-32 jaar, met een atletisch figuur, groene ogen, hoogopgeleid, gelegenheidsdrinker en niet-roker. In dit artikel werd ik dus beschreven, behalve dan de ogen. Die van mij zijn blauw, niet groen. Fijn, ik ben dus de 'perfecte' minnares. Ben ik niet per se heel blij mee. Even generaliseren (want dat mag in een blog): mannen zien mij dus vooral als minnares en niet iets waardevollers. Tenzij het natuurlijk de watjes en droeftoeters van deze wereld zijn, dan sta ik ineens op een kilometers hoog voetstuk. Brrrrr! 

De grote vraag is hoe ik dit ga doorbreken. Het celibaat? Wijde kleding, geen make-up meer? Niet meer dansen als ik uitga? Helemaal niet meer uitgaan? Moet ik me gedragen als een muurbloempje of een moederkloek? Nee dus. Ik ga me al vervelen als ik eraan denk. Wat dan? Mijn haar bruin verven, 10 kilo aankomen en gaan roken? Zie ik ook niet echt zitten. 

Mijn conclusie is dat de sexy, spannende, interessante, sportieve, leuke man waar ik het wel langer mee uithoud, nooit hoeft vreemd te gaan, want hij heeft de perfecte minnares dan al. ;)

zaterdag 14 februari 2015

Fijne valentijn, singels!

Valentijnsdag. Zeg het maar. Commerciële poppenkast? Of toch wel romantisch? Veel singels zeggen commerciële poppenkast. Logisch, want hoe je het ook wendt of keert, als singel word je op Valentijnsdag toch even met je neus op de feiten van je eigen eenzaamheid gedrukt. Pijnlijk. Dat kun je natuurlijk niet hardop zeggen.

Dus wat doen we? Californication kijken, onze eenzaamheid verdrinken in de kroeg en wellicht komen we dan ook weer eens van onze pandapunten af. Ik ben blij dat ik mijn vriendinnen vanavond bij mij heb, want ik vind Valentijnsdag vreselijk. Natuurlijk wil ik ook liever een weekendje met mijn geliefde naar Antwerpen of wherever! Of een champagneontbijtje. Of samen naar Fifty Shades of Grey en daarna de opgedane inspiratie in uitvoering brengen. Of een kaartje. Of een bloemetje. Uiteraard kan dat op iedere dag van het jaar, maar zoals ik al zei: op Valentijnsdag wordt het ontbreken van deze zaken nog eens extra ingewreven.

Het is op dit soort dagen dat ik me afvraag: waar ben ik de fout ingegaan? Of waar eigenlijk niet? En kan ik überhaupt nog wel écht verliefd worden? Het is niet zo dat ik de afgelopen jaren geen vriendjes heb gehad, in tegendeel. Het merendeel bestond uit scharrels of pogingen tot relaties die nooit echt van de grond kwamen. Met een enkeling zou ik stiekem nog wel een tweede kans willen. Maar helaas voor mij, die enkelingen hebben hun liefde inmiddels gevonden, of dat nou een vrouw is of een carrière.

Misschien moet ik verder terug in de tijd. Had ik vierenhalf jaar geleden al beter moeten beseffen wat ik weggooide? Waar was ik dan nu geweest? Samenwonend waarschijnlijk, misschien zwanger of zelfs al in bezit van een bakfiets. Nog steeds worstelend met relatieproblemen die steeds maar weer in cirkels gingen. En nog steeds denkend: ‘Is dit dan de laatste man met wie ik ooit mijn bed zal delen? Heb ik dan niet heel veel gemist?’ Ik heb toen voor mijzelf gekozen, voor vrijheid, misschien ook voor eenzaamheid.


En nu ben ik precies waar ik moet zijn. Want ondanks al het gezeik, soaps, slechte one-night-stands, ongemakkelijke dates, mislukte relaties, zelfs enkele breuken in mijn hart. En ondanks de eenzame Kerst- en Valentijnsdagen, had ik de afgelopen vierenhalf jaar voor geen goud willen missen. Als ik nog eens mocht kiezen, zou ik precies hetzelfde doen. Een paar kleine uitzonderingen daargelaten ;-)

Speciaal voor alle singels: fijne valentijn! Enjoy your freedom!

woensdag 21 januari 2015

Make love not war

Ik kan mijn gevoelens meestal goed onder geschreven woorden brengen, al deel ik dat zelden met de wereld. Juist nu ik iets wil delen, kan ik de woorden maar moeilijk vinden. Angst, frustratie en diepe teleurstelling in een waarschijnlijk groot, maar in ieder geval luidruchtig deel van mijn medemensen.

Waar komt dat vandaan? Een blik op het nieuws en een schuin oog op wat social media. Niet echt een gedegen achtergrondonderzoek, maar ik schrijf dan ook over gevoelens, niet over feiten.

Het nieuws opende vandaag met een anti-terreuractie, gevolgd door meer terreur, corruptie en geweld in Oost-Oekraïne. Ebola is inmiddels al niet meer interessant. En dan de social media. Ik hou dit heel algemeen. Ik wil namelijk zo min mogelijk bijdragen aan traffic naar specifieke voorbeelden van ongenuanceerde ‘nieuwssites’. Wat ik zie, zijn filmpjes, artikelen en blogs waarin woorden als ‘Marokkaan’, ‘moslim’, ‘agressie’ wel heel makkelijk in één zin worden gepropt. Dit terwijl in het specifieke voorbeeld de afkomst en geloofsovertuiging van de agressors niet zijn vastgesteld noch terzake doen.

Ok, dat een niet zo kwalitatieve ‘nieuwssite’ dit plaatst is één ding. Waar ik het meest van schrik, zijn de talloze reacties die onder het bericht staan van mensen die zo mogelijk nog kortzichtiger zijn. Zij keuren het bericht niet alleen blindelings goed. Op basis van aannames in het bericht worden conclusies getrokken, waar vervolgens weer verwensingen aan gekoppeld worden. En onder ditzelfde bericht stond niet één nuancering! Niet één iemand die de ‘nieuwssite’ aansprak op de ongefundeerde en ongenuanceerde presentatie van het bericht.

Hier word ik bang van. Niet van de schoffies waar het bericht om begon, maar de massa die zich hierdoor in het harnas laat jagen. We worden geterroriseerd door nieuws over terreur en geweld. De selectie die journalisten en ‘journalisten’ voor ons maken, ís toch niet de wereld waarin we leven? Die selectie is toch maar een kleine selectie van de wereld waarin we leven?

De ironie van dit alles is dat we sinds twee weken weer heel hard roepen dat we ons niet bang laten maken en ook dat we niet willen dat onze maatschappij verder verhardt. En wat is ook alweer onze dierlijke oerreactie op angst? Fight or flight. Een paar honderd verwensingen onder een bericht over paar straatschoffies kunnen we, denk ik, scharen onder ‘fight’. Een keiharde angstreactie dus.

Wat moeten we dan wel? Daar heb ik geen pasklaar antwoord op. Ik wil mijn hoofd niet in het zand steken, want er is weldegelijk iets aan de hand. Noem mij naïef en idealistisch. Maar lieve, lieve lezers, we waren in dit kleine, koude kikkerlandje toch altijd trots op onze verdraagzaamheid, kneuterigheid en tolerantie? Leven en laten leven. En zelf nadenken. Dat is toch het voorbeeld dat we onze kinderen willen geven?

Make love not war.



zaterdag 29 maart 2014

Een telefoon moet worden opgenomen

Een telefoon moet altijd worden opgenomen. In de thriller Phone Booth uit 2002 wordt dit al op bloedstollende wijze aan de kaak gesteld. Colin Farrell speelt de gladde ‘mobiele eenheid’ Stuart Shepard. Hij maakt de fout om een telefoon in een telefooncel op te nemen. Daar wordt hij door de man aan de andere kant van de lijn gegijzeld. De rest van de film zal ik niet verklappen voor die ene lezer die hem nog niet heeft gezien.

Ik werk sinds een aantal maanden in een callcenter als telefonisch verkoper. Het meest irritante beroep ter wereld, op parkeerwachter na. Natuurlijk valt er heel veel op ons aan te merken. We zijn irritant, drammerig en proberen je altijd klem te kletsen. Maar aan de andere kant van de lijn gebeuren ook vreemde dingen.

Ik begrijp nog steeds niet hoe het kan dat mensen opnemen zonder te groeten en alleen heel geïrriteerd zeggen: ‘Je belt héél erg ongelegen! Ik zit in bespreking!’ Ik moet natuurlijk professioneel blijven in zo’n situatie, alhoewel ik nooit mijn excuses aanbied. Dus dan schrijf ik hier maar wat ik graag tegen al die mensen wil zeggen: ‘Weet u niet dat het heel onbeleefd is om dan uw telefoon op te nemen?’

Nog een voorbeeld. Ik zit op de fiets, er rijdt een vrouw voor mij, die zonder enige reden vol in de remmen gaat. Ik kan net op tijd uitwijken, in de hoop dat er geen tegenligger komt. Ik hoor de vrouw zeggen: ‘Kun je mij zo terugbellen, want ik zit op de fiets.’ Ehm, nee. Je bent net gestopt, hebt de verkeersveiligheid al in gevaar gebracht, dus voer in vredesnaam je gesprek. Dan heeft die actie tenminste nog een soort van nut.

Natuurlijk, misschien zitten die mensen wel te wachten op een heel belangrijk telefoontje. Ze zien een onbekend nummer en zijn nieuwsgierig. Die nieuwsgierigheid is een grappig mechanisme. Ik heb er zelf ook weleens last van: een soort angst om iets te missen.

Het is wel een vreemde nieuwsgierigheid. Volgens mij heeft het eerder te maken met het verlangen belangrijk te zijn. Als iemand belt, heeft diegene ons even nodig. Dat geeft voldoening, terwijl we nog niet eens weten of we nodig zijn voor iets belangrijks of dringends. Als het dan niet dringend is, is er zelfs sprake van teleurstelling of irritatie omdat de beller iets veel belangrijkers heeft onderbroken.

Maar laten we nou eens eerlijk zijn. Negen van de tien telefoontjes en berichtjes zijn toch helemaal niet dringend? Die kunnen best een uurtje wachten op een antwoord. En als het een onbekend nummer is, dan kan het nooit echt belangrijk zijn of ze bellen wel terug.

Ik betrap mijzelf er ook op. Op sommige dagen kan ik aan mijn iPhone gekluisterd zijn. Geen idee waarom. De meeste Whatsapp-gesprekken gaan over niks, om over Facebook maar niet te schrijven. En gezellig bellen doet bijna niemand meer, helaas. De nuttigste apps van mijn iPhone zijn Wekker, Google Maps en NS Reisplanner.


Ik flirt met de gedachte om mijn mobiele telefoon weg te doen. Dan koop ik een vaste telefoon en een ouderwetse wekker. De weg vinden en in de juiste trein stappen doe ik dan door te zoeken en te vragen. Werkt ook, scheelt geld en is ook eigenlijk een stuk gezelliger. En toch moet ik aan het idee wennen. Gelukkig loopt mijn iPhone-abonnement nog tot januari.